Posts tonen met het label boeddhologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeddhologie. Alle posts tonen

woensdag 10 april 2019

Er komt heus wel een eind aan                                        Het pyrrho-scepticisme past me nog beter


ER KOMT HEUS WEL EEN EIND AAN

Een probleem waar ik weinig over heb gehoord:
Ik deel mensen links en rechts mee dat ik binnenkort dood ga, omdat ik dat als verwachting van mijn prostaatkanker had verwacht. En dan gebeurt dat niet, dan heeft de oncoloog weer een andere methode in het pakket. En die blijkt weer een paar maanden te werken. Een beetje genant is het dan wel om dan weer te zeggen dat ik (nog) niet doodgegaan ben.
Zo gaat het dus nu met me.
Een bloggende lotgenoot waar ik veel aan heb gehad, is Ivan Wolffers; hier z'n blog

========================================================================



========================================================================

HET PYRRHO-SCEPTICISME PAST ME NOG BETER DAN HET BOEDDHISME

In een filosofisch overzichtsartikel kwam ik het scepticisme tegen, dat me aansprak. Nu vind ik mezelf al langer een scepticus in de gewone hedendaagse zin van het woord, min of meer hetzelfde betekenend als cynicus. Maar dit was interessanter.
Er blijken in de Grieks/Romeinse oudheid een aantal vormen van scepticisme als filosofie te onderscheiden; mijn interesse gaat vooral uit naar het pyrrhonisme, ontwikkeld
door o.a. Pyrrho van Elis en Sextus Empiricus .

In zijn 'Hoofdlijnen van Pyrronisme' geeft Sextus Empiricus als definitie van het scepticisme:
" Het scepticisme is de kunde om zowel verschijnselen als denkbare zaken,
  op welke wijze dan ook, tegenover elkaar te plaatsen, waardoor we vanwege de
  gelijkwaardigheid van de tegenovergestelde zaken en argumenten eerst tot
  opschorting van oordeel komen; en vervolgens tot onverstoorbaarheid
."

Het betreft alle mogelijke verschijnselen en alle mogelijke denkbare zaken. Bijvoorbeeld:
- Er is leven na de dood
- Er is geen leven na de dood
* De kunst in deze beoefening is, de zaken helder te formuleren zodat ze
   tegenover elkaar geplaatst kunnen worden.
   De vaardigheid van de mens om te denken, komt hierbij goed van pas.

* De 'opschorting' is op zich geen denkstap meer maar een mentale beslissing.

* De 'onverstoorbaarheid' heeft tenslotte niets met logica te maken.

Een vertaling met uitgebreide inleiding van het hoofdwerk van Sextus Empericus door Rein Ferwerda : 'Scepticisme - Hoofdlijnen van het pyrronisme'. Het is helaas niet meer leverbaar. Zie een aantal passages er uit in Bijlage 1

Het is op een bepaalde manier een modern boek, een therapeutische benadering; tegenwoordig zou men zeggen 'zelfhulpboek', er komt goddank geen leraar aan te pas.
De wijze van tegenover elkaar zetten van opvattingen wordt zeer gedifferentieerd behandeld. Het 'opschorten'en de 'onverstoorbaarheid' heel kort.

-----------------------------------------------------------

Opvallend is de verwantschap tussen dit scepticisme en het boeddhisme (althans sommige vormen daarvan)
Het feit dat Pyhhro in het gevolg van keizer Alexander de Grote in India is geweest, en daar 'wijze mannen' (welke?) heeft ontmoet, heeft een aantal auteurs (Beckwith, Kuzminski) tot de gedachte gebracht dat Pyhhro een zeer vroege boeddhist was, en/of er feitelijke sprake is geweest van wisselwerking tussen Pyhhro en de Madhyamaka, bekend vooral door Nagarjuna; dat de laatste een eeuw of vijf later dan Pyrrho heeft geleefd, maakt het verhaal alleen al onwaarschijnlijk. Vergelijken de boeken
A. Kuzminski: 'Pyrrhonism: How the Ancient Greeks Reinvented Buddhism
Een samenvatting er van en (m.i. te lichte) kritiek er op te vinden in Urstad, JBE
en
C. Beckwith: 'Greek Buddha: Pyrrho's Encounter with Early Buddhism in Central Asia'
Heldere kritiek op deze theorie van Beckwith (en anderen) in:
'EARLY PYRRHONISM AS A SECT OF BUDDHISM? '.     Zie ook [Noot*]

Interessanter zijn (voor mij) de mogelijk inhoudelijke overeenkomsten tussen boeddhisme en scepticisme. Een aantal aspecten:
(1) De kenleer (epistemologie) lijkt op die van Nagarjuna's Mulamadhyamaka karika
Recent is hierover verschenen het (moelijke) boek 'Three Pillars of Skepticism in Classical India' door Ethan Mills
Wel te downloaden is de eerdere de PhD-versie er van :
'The Dependent Origination of Skepticism in Classical India'
Zie enkele passages in Bijlage 2.

(2) Het verschijnsel ataraxia en de manier van ontstaan ervan lijkt op de satori-ervaring in Zen.

(3) Scepticisme in het hedendaagse boeddhisme
Vergelijk de site van John Denvers, een Engelse zen-boeddhist.
Over het verweven zijn van ideeen afkomstig uit boeddhisme en scepticisme.
Met name de pagina's 'buddhism ' en 'scepticism ' .
Sympathiek, maar met niet al te veel filosofische diepgang.

(4) Wat me ook voor het pyrronisme - boven het boeddhisme - inneemt, is dat er geen taboe op het mogen nadenken in zit; en dat het niet gaat over de natuurlijke goedheid (boeddhanatuur) of over liefde en compassie gaat. Maar puur over de onbegrijpelijkheid van alles.'

(5) Nog een overeenkomst tussen scepticisme en boeddhisme (naast het doel en de methode), namelijk dat het nergens bij hoort: het geen filosofie (zie hieronder), het is geen religie, het is geen wetenschap.

-----------------------------------------------------------

Ataraxia, een vertaling er van is 'gelijkmoedigheid', wordt ook niet in bv de boeken van Sextus Empiricus en andere volgelingen van Pyrrho op een uitgebreide of extatische manier beschreven. Het is eenvoudig het gevolg van echt sceptisch bezig zijn; en dat is dat, meer is er niet van te zeggen.

Het is opvallend hoe weinig er in de teksten over pyrronisch scepticisme over ataraxia wordt geschreven, terwijl dat toch het doel (althans het resultaat, zie verder over het verschil daar tussen) van de beoefening ervan. Komt deels omdat het vooral filosofen zijn die er over schreven en voor hen is (het spiritueel-religieuze-psychologische concept) ataraxia een fremdkörper in hun denktrant.

Een vraag is: kan men ook zonder de discipline van het scepticisme à la Sextus op te brengen, ataraxia verkrijgen?
Lijkt me moeilijk omdat het iets is dat je overkomt.
Maar de Canadese auteur Conter, die zich er in heeft verdiept, denkt van wel.
Zie zijn boekje met de heldere titel Ataraxia, dat niet alleen op het klassieke scepticisme maar ook op het Stoïcisme betrekking heeft.Conter ziet overeenkomst tussen ataraxia en het boeddhistische (hoogste doel) Nirvana, maar dat lijkt me onjuist: ataraxia is een werelds doel en nirvana een transcendent.
De 'Introduction' heb ik in Bijlage 3 opgenomen.


Ook de christelijke tegenstanders van dit scepticisme richten hun pijlen niet op de ataraxia maar op het de gedachte dat (bijna) niets te kennen is. Bv ('sint') Augustinus, Blaise Pascal en Kierkegaard, christenen die toch behoorlijk hun twijfel cultiveerden, waren er fel tegen.

-----------------------------------------------------------

Er is in het Nederlands opvallend weinig over het scepticisme geschreven. Een paar wikipedia-lemma's en twee niet meer verkrijgbare boeken:
Een bundel van Patricia de Martelaere ('HET DUBIEUZE DENKEN; Geschiedenis en vormen van wijsgerig scepticisme'). Een samenvatting en recensie ervan in: 'Filosofisch Scepticisme '
En het al genoemde boek van Rein Ferwerda.

Een goed (licht) filosofisch of een zelfhulpboek over de door Sextus Empiricus beschreven methode, zou in het Nederlands taalgebied niet misstaan. Het zou een titel als 'Scepticisme voor dummies', of 'Scepticisme voor (ex)boeddhisten' kunnen krijgen.
Zelf heb ik noch de ambitie noch de energie om zo iets te schrijven. Nu beperk ik me tot deze traag geschreven blogtekst over mijn privé-vondst.

-----------------------------------------------------------


[Noot*]
Het is altijd interessant wat iemand als Stephen Batchelor van dit thema vindt.
Hij heeft er over geschreven, helaas achter een betaalmuur; terwijl de abstract voor mij niet duidelijk genoeg is:
"Greek Buddha: Pyrrho’s Encounter with Early Buddhism in Central Asia
Stephen Batchelor
Contemporary Buddhism 17 (1):195-215 (2016)

Abstract
In his book Greek Buddha: Pyrrho’s Encounter with Early Buddhism in Central Asia, Christopher Beckwith argues that not only was the Buddha a Scythian from Central Asia, but that the earliest reliable record of Buddhist teaching is to be found in a text attributed to Pyrrho, the Greek founder of philosophical scepticism, cited by the third-century Christian bishop Eusebius. This review considers these claims in the light of epigraphical, textual and archaeological evidence. It then offers an alternative account of Pyrrho’s possible encounter with Buddhist ideas during his stay in India as part of the entourage of Alexander the Great in the fourth century bce, and considers the formative role that the teaching of Democritus and his followers may have had in the evolution of Pyrrho’s sceptical attitude to life.
"


-----------------------------------------------------------

UPDATE 27 april
Recent is een ander Nederlandstalig boek verschenen over het (pyrronisch) scepticisme:
'Het schandaal van de filosofie - Hoofdlijnen van het sceptische denken van de oudheid tot heden ' door Henri Oosthout.
Weinig op aan te merken, wel beperkt het zich helaas tot het Westers denken.
Zie Bol.com  en  Google.books

=======================================================================


BIJLAGE 1
Citaten uit ‘Scepticisme - Hoofdlijnen van het pyrronisme’ door Sextus Empiricus



XII WAT IS HET EINDDOEL VAN HET SCEPTICISME?

Een einddoel is dat ter wille waarvan alles gedaan of bestudeerd wordt, terwijl het zelf niet ‘ter wille van iets’ bestaat; anders gezegd: het hoogste wat begeerd kan worden.
We beweren dat tot nu toe het einddoel van een scepticus bestaat in onverstoorbaarheid tegenover zaken die met schijn en mening samenhangen en beheerstheid in onvermijdelijke situaties. Want toen de scepticus begon te filosoferen om een oordeel te vellen over zintuiglijke voorstellingen en om te begrijpen welke waar en welke onwaar zijn om zodoende de onverstoorbaarheid te bereiken, raakte hij verzeild in een geschil waarin de voors en tegens even sterk waren, en omdat hij dit niet kon oplossen, schortte hij zijn oordeel op. En door dat te doen vloeide daar voor hem als bij toeval de onverstoorbaarheid uit voort tegenover zaken die met schijn en mening samenhangen.
Want degene die meent dat iets van nature goed of slecht is, is voortdurend in onrust. Wanneer dat wat goed lijkt niet voorhanden is, meent hij niet alleen geteisterd te worden door zaken die van nature slecht zijn, maar jaagt hij ook dat na dat volgens hem goed is. Als hij dat dan heeft verworven, komt hij in nog grotere onrust terecht, zowel omdat hij onredelijk en onmatig opgetogen wordt alsook omdat hij, vrezend voor een ommekeer in het lot, alles doet om dat wat hem goed lijkt niet te verliezen.
Maar hij die geen oordeel velt aangaande dat wat van nature goed of slecht is, ontvlucht niets en jaagt ook niets gespannen na. Daarom is hij onverstoorbaar.

Ook sceptici hoopten de onverstoorbaarheid te bereiken door een oordeel te vellen zowel over de discrepanties in de zintuiglijke verschijnselen als over die in de denkbare zaken en toen ze daartoe niet bij machte waren, schortten ze hun oordeel op. En bij dat opschorten kregen ze als bij toeval de onverstoorbaarheid als gezelschap, zoals een schaduw het lichaam volgt. Nu geloven we niet dat een scepticus volledig onverstoorbaar is, maar we beweren dat hij door de onvermijdelijke zaken verstoord wordt. We erkennen immers dat hij soms kou lijdt en dorst heeft en dat soort dingen ondergaat.
Maar terwijl de gewone man in deze gevallen dubbel gekweld wordt, namelijk door de gevoelens zelf en niet minder doordat hij meent dat die omstandigheden van nature slecht zijn, komt een scepticus er ook in die gevallen gemakkelijker af, doordat hij zich bevrijdt van de gedachte dat elk van die zaken van nature slecht is. Daarom beweren we dat het einddoel van een scepticus in zaken die schijn en mening betreffen onverstoorbaarheid is en in onvermijdelijke omstandigheden beheerstheid.


-----------------------------------------------------

XXII OVER ‘IK SCHORT OP’


‘Ik schort op’ gebruiken we in plaats van ‘Ik kan niet zeggen welke van de voorgelegde dingen in moet geloven of niet geloven’; daarmee maken we duidelijk dat de dingen ons gelijk voorkomen in hun betrouwbaarheid of onbetrouwbaarheid. Of ze gelijk zijn, daarover doen we geen stellige uitspraak. We zeggen wat ons daarover toeschijnt wanneer ze ons onder ogen komen. ‘Opschorting’ ontleent zijn naam hieraan dat we ons verstand tegenhouden of ‘opschorten’, zodat het iets noch bevestigt noch ontkent vanwege de gelijkwaardigheid van de te onderzoeken zaken.

------------------------------------------------------

XXV OVER ‘ALLES IS ONKENBAAR’

We nemen deze houding aan wanneer we zeggen: ‘Alles is onkenbaar’. Want ‘alles’ verklaren we op gelijke wijze en we denken er ‘mij’ bij, zodat de bedoeling zoiets is als: ‘Alle niet-evidente dingen die voorwerp zijn van dogmatisch onderzoek en die ik bekeken heb, lijken mij onkenbaar.’ En dit is geen uitspraak van iemand die vaststelt dat de dingen die bij de dogmatici voorwerp van onderzoek zijn zo geaard zijn dat ze onkenbaar zijn, maar van iemand die vertelt van zijn eigen instelling op grond waarvan hij beweert: ‘Ik veronderstel dat ik tot nu toe niets daarvan heb leren kennen vanwege de gelijkwaardigheid van de tegengestelde argumenten; daarom schijnt me ook alles wat wordt aangevoerd om onze standpunten te weerleggen geen effect te hebben op wat we propageren.



Vertaling, inleiding en toelichting door Rein Ferwerda

===================================================================


BIJLAGE 2

The Dependent Origination of Skepticism in Classical India
door     Ethan Mills

En aantal passages
VERTALING (door mij, samen met google)

3.7 Boeddhistische scepticisme: religiositeit zonder geloof

Op dit punt kan een ongelovige lezer zich afvragen hoe Nāgārjuna mogelijk een boeddhistisch filosoof kan zijn als hij ook een metafilosofische scepticus is. Het lijkt misschien dat elke interpretatie van Nāgārjuna die weinig of geen betrekking heeft tot boeddhistische soteriologische doelen om kennis te verkrijgen over de ware aard van de werkelijkheid, volledig van de baan is als het verondersteld wordt zo'n belangrijke filosoof in de boeddhistische traditie te verklaren. Meer in het algemeen kan men zich ook afvragen hoe hij in elke zinvolle betekenis religieus kan zijn als het zijn doel is, alle overtuigingen van filosofische of religieuze aard te mijden. Dit zijn veel voorkomende en waardevolle bezwaren. Ik zal ze achtereenvolgens beantwoorden.
Het eerste bezwaar is dat mijn interpretatie, waarin Nāgārjuna's doel het kalmeren van onze neiging tot conceptualisering is, voorbijgaat aan andere zeer boeddhistische doelen van inzicht in de ware aard van de werkelijkheid, kennis van dingen zoals ze zijn, en het idee van Right View als een van de delen van het Achtvoudige pad. Met andere woorden, men zou kunnen denken dat geen enkele boeddhist zo'n scepticus kan zijn, omdat een boeddhist moet streven naar een soort bevrijdende kennis. Het is waarschijnlijk het aanhouden van bezwaren zoals dit dat het voor veel tolken zo moeilijk maakt om fase twee serieus te nemen als iets dat een boeddhist zou doen terwijl hij nog steeds een boeddhist blijft, en dergelijke tolken ertoe brengt om anti-realistische conclusies of mystieke vrees te plaatsen als wat het is dat bevrijde boeddhisten leren kennen.
Mijn antwoord is dat de twee fasen van Nāgārjuna's filosofische praktijk representaties zijn van twee stromingen die vanaf het allereerste begin aanwezig waren in de boeddhistische filosofie.

Paul Fuller suggereert dat er twee belangrijke manieren zijn om de rol van opvattingen (het begrip van de oppositie, waarin diṭṭhi) in het vroege boeddhisme te begrijpen: juiste opvattingen zijn tegengesteld aan verkeerde opvattingen, en het geen-opvattingen begrip, waarbij het doel is om alle meningen - welke dan ook - te vermijden.
Mijn sceptische interpretatie toont de innovatie van Nāgārjuna in het bij elkaar brengen van deze twee fasen.) Nāgārjuna transformeert deze ongemakkelijke dichotomie in een samenhangende dialectische praktijk: hij probeert aan te tonen dat de beoefening van analyse, wanneer deze tot aan de leegte van de leegte wordt nagestreefd, kan worden gebruikt als een conceptualisatie zelf, betekent voor de praktijk van het maken van een aanval; wat een nogal extreme vorm van scepticisme is. Dus, volgens mijn interpretatie, is Nāgārjuna, terwijl hij een hervormer en innovator is, volledig in boeddhistische parameters werkzaam door synchronisatie van twee schijnbaar ongelijksoortige onderdelen van de boeddhistische filosofie.

Het tweede bezwaar is algemener: hoe kan een metafilosofische scepticus mogelijk religieus zijn in welke betekenis dan ook? Nāgārjuna is een boeddhistische filosoof en als zodanig zou je verwachten dat zijn tekst een religieus doel dient, zoals de filosofische toelichting van religieuze overtuigingen of een verdediging van religieuze gebruiken.
Een sceptische interpretatie van Madhyamaka toont aan dat het radicale programma om jezelf van filosofische visies te zuiveren een interpretatie is van het boeddhistische doel van niet gehecht zijn, misschien alleen de remedie die nodig is voor intellectuelen die geneigd zijn zich theorieën toe te eigenen. Nāgārjuna's filosofie is, met andere woorden, een rustige ('quiëtistische') boeddhistische praktijk die niet afhankelijk is van de uiteindelijke acceptatie van welke overtuigingen dan ook.
Een stille, sceptische Mādhyamika kan zelfs deelnemen aan boeddhistische religieuze rituelen zonder enige echte overtuigingen te bevestigen over verdienste, karma en dergelijke. Deze houding lijkt veel op die van Sextus Empiricus, die zegt dat Pyrrhonische sceptici zich kunnen bezighouden met religieuze rituelen en vroom zijn tegenover de goden zonder enige religieuze overtuiging te hebben. Veel religieuze mensen vinden het vreemd, zo niet aanstootgevend, om deel te nemen aan een religieuze praktijk zonder echt te geloven in de leerstellingen die religie is, maar zoals Harald Thorsrud suggereert, voor Pyrrhonian sceptici is "vroomheid" teruggebracht tot bepaalde soorten conventioneel gedrag samen met de relevante bepalingen. Geloof of gebrek aan geloof is niet langer essentieel.
Scepsis over religie is niet mogelijk, wordt door religieuze filosofen over het algemeen als een bedreiging gezien; om iets te weten over onderwerpen zoals of God bestaat of dat er een hiernamaals is, wordt gedacht dat religie in gevaar is. Ik vind het fascinerend dat, in plaats van te protesteren tegen scepticisme over religie, Nāgārjuna zou kunnen zeggen dat een goede boeddhist scepticisme zou kunnen omarmen voor zover het dogmatische gehechtheid kan vernietigen.

Nāgārjuna, ..., dat zijn filosofische en religieuze praktijk niet op kennisclaims of overtuigingen berust, maar eerder op de eliminatie van de soorten overtuigingen die de basis vormen voor de meeste religies, waaronder de meeste vormen van boeddhisme.
Nāgārjuna's religiositeit zonder geloof werkt misschien niet voor andere religies, vooral die welke meer expliciet gebonden zijn aan de acceptatie van een geloofsbelijdenis, maar het zou kunnen werken voor het boeddhisme, althans voor een sceptische, stille variëteit. In tegenstelling tot fideïsten zoals Montaigne, gaat Nāgārjuna niet over "... zijn verstand vernietigen om ruimte te maken voor geloof" (Montaigne 1987, 74), hij begeeft zich in filosofische vernietiging om geestelijke rust te bewerkstelligen, wat de afwezigheid van enig geloof is.


3.9 Conclusie

In dit hoofdstuk heb ik mijn interpretatie van Nāgārjuna verdedigd als een metafilosofische scepticus. Ik beschreef enkele van de toonaangevende hedendaagse interpretaties (mystiek, antirealistisch, transcendentaal en sceptisch) en ontwikkelde mijn eigen versie van sceptische interpretatie waarin de filosofische activiteit van Nāgārjuna in twee fasen plaatsvindt: fase één, waarin hij een these van universele leegte wil ondersteunen en alternatieve opvattingen kritiseert; en fase twee, waarin hij aantoont dat de these van leegte zichzelf en alle concurrerende filosofische theorieën ondermijnt, en een grondige Mādhyamika achterlaat in een staat van pacificatie van concepten, zonder welke mening, these of theorie dan ook.
...


Originele bron: Mills, D.O. of Skepticism ; pagina 175- 179 en 183-184


=====================================================================


BIJLAGE 3

ATARAXIA
The Lucid Happiness

door     Marcus Conter

Introduction


Since the beginning of times we try to understand the mechanisms and the forces that drive the natural phenomena and our constitution and behaviour: our emotions, our intellect and our conscience. These efforts reached an amazing degree of maturity between the ancient Greeks, who laid the foundations of modern Science and its several subdivisions using the rational thinking to analyze and explain the world and freeing themselves, at least the most instructed ones, from superstitious and supernatural explanations in a level of lucidity which is difficult to be found even Today if we consider the ensemble of the world’s population. Their prodigy gave us much of the modern world as we know it, with all its comforts and technological advancements but curiously, and unfortunately, one of the most important aspect of their knowledge was relegated and highly subverted over time: the use of our rationality for the attainment of Happiness and virtue in our daily life, in a practical and conscious way.

Epicurus (who was not a stoic but his concept of happiness was widely used by them) called “Ataraxia” (From the Greek: Tranquility): a lucid state of robust tranquility, characterized by ongoing freedom from distress and worry. The attainment of Ataraxia requires that reason (lucidity implies rationality) frees us from the disturbances of passion and desires, being these disturbances the ultimate causes of distresses and worries (sufferings). The Pyrrhonians, another Greek school from that period, went a little further when saying that in order to attain “Ataraxia” one must suspend judgment based on dogmatic beliefs or anything non-evident to understand its true nature, an interest concept in line with this book. It is interesting to note that this concept carries substantial similarities with some eastern counterpart philosophies, more specifically to the Indian “Nirvana” concept as formulated by Buddhism which practice aims the elimination of ignorance by way of the understanding of the dependent origination (between beings and things) and the elimination of desires what leads, in its turn, to the attainment of the cessation of all suffering, or the state of Nirvana. An amazing similar conclusion reached through different approaches, both of which are the main sources of inspiration of this work. The inquisitive nature of the ancient Greeks allied to the chaotic environment of the world’s first metropolis, Rome, laid the grounds for the mature development of the practical and down to earth Roman Stoicism, a philosophy of life that fits incredibly well to our modern world in order to help us in the attainment of true happiness and tranquility of mind through right Reasoning. On the other hand, the Indian Buddhist awareness derived from old schools of Indian philosophy melted with the pragmatic and advanced Chinese civilization, blossoming in the profound and introspective Ch’an philosophy and practice, which is better known by it’s Japanese name, Zen, which will be used by practicality in this book, to produce an effective way to achieve profound inner peace and harmony through meditation. Both traditions, within their differences, had a similar insight: that the suppression of ignorance and the ultimate freedom of spirit is the only path to the achievement of true understanding (wisdom) and the lucid tranquility of the sages. This book takes insights mainly from both traditions but also from several other sources, schools, scientific knowledge and years of direct observation in an attempt to build a modern and practical approach in order to help the reader in the achievement of a truly productive, tranquil and happy life. A life of ultimate peace, freedom and lucidity, independent of your prior beliefs (or disbeliefs) and creeds. ... This book is the result of years of critical reading and direct observation of facts and people behavior, including the author’s own behavior and sentiments. It is not an attempt to create a fugue from our real lives promising happiness through the divine and supernatural but instead, it is the formulation of a down to earth and simple technique aiming to consciously confront our real life as it is, reprogramming our minds to think clearer amidst the turbulence of our modern World through the control of our feelings and through the plain use of our own reasoning capacity in order to make good judgments and have a plain and truly happy life inside the modern society. As the reader will perceive, each title in the summary above refers to different chapters and they were organized in the form of advices not in direct accordance with the titles given to each chapter. This work was organized this way in order to conduct the reader through the path of rational awareness in a cohesive and clear way being coherent with its contents but, at the same time, in a way that the summary tabs serve as a reminder for future fast consultation. Beginning with the analysis of what we call happiness and its relationship with a life of wisdom in the first chapter, you will be guided through the path of self control in the three subsequent chapters following the understanding of the mental process by which we react to events, which was probably first devised by Seneca the Younger in the first Century of our era in his book “On Angry”, in a simple but clever way: Event --> Impression→ Feeling → Impulsive / Lucid Reaction There are probably many different approaches and developments to this process but this one goes direct to the point and its simplicity permits the formulation of a coherent and simple strategy of self control that we can use in our daily lives Today. Each one of us, based on our past experiences and information received perceives differently, most of the time, the same event and these different perceptions produce even more diverse sorts of feelings in each individual subject to this event since, besides the past experiences and information received, we possess different constitution, genes and characters. This process culminates in a reaction or no-reaction from our part which will depend on all prior factors together. This reaction or no-reaction may be immediate impulsive reactions ignited primarily by our feelings and emotions or more lucid and thoughtful reactions guided mostly by our reason. Wrong perceptions, allied to uncontrolled emotions, produce disastrous reactions, often fueled by anger and bad feelings. This is the major source of conflict in our private lives and in the World as a whole. Thus, the understanding of this process and the use of a technique that permits us to master it giving us the right understanding of events and the control over our emotions is key to the attainment of this state of imperturbability of mind (not to be confounded by absence of feelings) called Ataraxia. The second chapter explains the benefits of lucid meditation in slowing down the flow of thoughts, highlighting its positive impact in the process of emotional control and clear understanding of reality, proposing a technique based upon one of the most traditional Zen techniques to the readers which is very powerful and effective. An appeal to the plain use of reason is made in the third chapter. It may seem pathetic for some and presumptuous to others but the reality is that most of us, independent of our cultural level and religious belief (or the absence of belief) most of the time, and for several different reasons, commits frontal attacks to logic and consequently makes poor judgments of events and of other people every single day. The second and third chapters may seem contradictory since the prior asks one to slow down the flow of thoughts while the later begs the reader to think, however, this dichotomy is only apparent because clearing the mind of preconceptions and preconceived ideas while calming our emotions in reality open the way for our right understanding of events enabling our logical reasoning to take charge of the whole process. Finally, the fourth chapter aims to bring a more profound understanding of ourselves and our place in the Universe through contemplation in order to give the reader an insight on the importance of being righteous and to connect the prior elements discussed in the book. The Manual at the end of this work suggests a simple and efficient program to be followed in your daily life in order to help you in the achievement of Ataraxia, the true happiness.


Te verkrijgen via bv Bol : Ataraxia


vrijdag 17 maart 2017

Waarin ik mezelf geen boeddhist meer noem     De historische relatie tussen boeddhisme en islam; vooral die in Azië maar ook voor hier van belang. En een soort artikel over soefi


Ik ben geen boeddhist (meer)

Vijftien jaar geleden heb ik 'toevlucht' genomen tot de Boeddha, de Dhamma en de Sangha. En met trots noemde ik mezelf 'boeddhist ', na jaren lang me tot de identiteit 'agnost ' te hebben beperkt. Het laatste jaar werd het 'atheïstisch boeddhist', als variant op Stephen Batchelor's 'secular buddhist ', geïnspireerd door het concept 'dual belonging ' (tot meer dan één religie behoren).
Hoewel ik nog steeds in dukkha, anicca en anatta geloof (= denk dat het waarheden zijn), vind ik het te weinig om daar een hele religie aan te hangen. Ik ben gewoon weer een ongelovige.

Maar ik blijf nog wel over het boeddhisme schrijven: de beste van alle onmogelijke religies.

=====================================================================

De BUN heeft niets van zich laten horen

M'n vorige blog bevatte een open brief aan het BUN-bestuur met het voorstel publiekelijk van zich te laten horen in de discussie over het populisme en de islam.
Dat hebben ze dus niet gedaan.
Afin, de verkiezingen zijn voorbij en de discussie gaat een nieuwe fase in, het populisme is niet weg en de islam nog minder.

[Zeer recent, nog geen uur geleden, heeft Leon Roijen een uitgebreide reactie geschreven op deze blogtekst. Dat moet ik nog rustig lezen, t.z.t. schrijf ik een commentaar er op.
Update 20 maart :
Een reactie geplaatst. ]

Los van de actualiteit ga ik verder me te verdiepen in de (spirituele) islam en in de relatie boeddhisme-islam.
Bijna alle literatuur hierover is Engelstalig; ik ga m'n citaten hier niet vertalen. M'n rechtvaardiging hiervoor: dit is voor de elite.

Trouwens: wie er ook steeds irrelevanter wordt, dat is het BoeddhistischDagblad. Er gebeurt al zo weinig in boeddhistisch Nederland, en dat weinige nieuws pikt het BD niet op. Deze bijvoorbeeld over Dhammakaya Nederland . Behalve als het uit Tibet of uit kippenhokken komt.
Begrijpelijk dat Paul van Buuren is gestopt.
En nog eenpijnlijk dingetje: de website van 'Vrienden van het Boeddhisme' noemt het BoeddhistischDagblad 'bevriend', terwijl VvB-secretaris Kees Moerbeek (in een verwijderde reactie) gemeld heeft niet meer in het BD te willen schrijven.

=====================================================================

Waar raken boeddhisme en islam elkaar?

Deze titel is al meteen dubbelzinnig: alsof het om een gevecht gaat.
Maar tegelijk is het een geografische vraagstelling: in welke landen komen beide voor en hoe is daar hun wisselwerking.
In Azië wel te verstaan; over de situatie in Nederland heb ik niets interessants te melden wat betreft de relatie islam-boeddhisme.
Maar tegelijk is dit artikel relevant voor Nederland: de islam zit - bij velen in de verdomhoek; hetzij door het gedrag van sommige moslims hetzij door de vrouw- en homo-vijandige (en andere) opvattingen van de religie zelf. Tegelijk zijn de meeste moslims hier net zulke tobbers als de meeste inwoners van Nederland. Ook mensen met onbegrijpelijke opvattingen verdienen de compassie van de boeddhist, toch?

Literatuur

Het meeste over de relatie is geschreven door moslims, boeddhisten lijken nogal onverschillig.
Eén boeddhistische auteur - en een vooraanstaande, gespreksgenoot van de dalai lama - is Alexander Berzin; van hem heb ik een aantal teksten geciteerd in mijn blog uit 2015
Een ander artikel is opgenomen in de bundel 'Islam and Buddhism Relations from Balkh to Bangkok and Tokyo ' Bron: Special Issue on Islam and Buddhism
Namelijk het hoofdstuk 'Historical Survey of the Buddhist and Muslim Worlds’ Knowledge of Each Other’s Customs and Teachings '
Hier wil ik van twee andere artikelen de samenvatting opnemen.

Islam and Buddhism door Imtiyaz Yusuf

"ABSTRACT
This chapter examines Islam's view of Buddhism as a non-theistic tradition, the history of relations between these two traditions, themes and issues in Muslim-Buddhist dialogue, and the implications of such dialogue for the contemporary religious scene. While Muslims and Buddhists have coexisted in different parts of the world, their exchange has been largely political, military and economic, instead of doctrinal, and only a few scholars have studied the relations between the two traditions in any detail. The contemporary dialogue between Buddhism and Islam takes many forms. Some converts to Buddhism attempt to overcome the ethnic divides between Buddhists and Muslims and attempt to engage in a purely spiritual dialogue, leaving aside the historical and political relations between the two traditions. The history and state of Islam-Buddhism relations and dialogues is subject to different factors of doctrinal, ethnic and political nature.
"

'Muslim-Buddhist Relations Caught between Nalanda and Pattani ' uit januari 2015

"CONCLUSION
  'There will be no peace among the nations without peace among religions.‛   Hans Kung


The issues of Nalanda and Pattani affecting Buddhist-Muslim relations need to be approached, analysed and understood historically and critically and not disinformation using theology/ doctrine, ethnography or terrorism perspectives. It leads to misunderstanding, breeds conflict, obstructing coexistence as multi-cultural citizens in modern states. Same is true about the Bamiyan Buddha episode.
The rise of Asia and amidst existence of mutual ignorance between contemporary Muslims and Buddhists there is an urgent need for initiation of Muslim-Buddhist understanding and dialogue. It is time to move away from Buddhist-Muslim dialogue of ignorance by building Muslim-Buddhist understanding and dialogue which helps transcend local, regional and international tensions between these two majority ASEAN religious communities. The ASEAN Muslims who have been living along with the Buddhists for centuries need to take this initiative on their own and not wait for lead from their Middle Eastern religious co-brothers for the latter have no historical or religious experience of engaging with Buddhism at religious, social, cultural and even political levels. It is only a tourist attraction for them. Otherwise, the ASEAN Muslims will soon face the rise of Islamophobia with an Asian face from Yangon to Tokyo or may be it is already here. Engagement in ASEAN Muslim-Buddhist dialogue will contribute to building peace and resolving Buddhist-Muslim ethno-religious conflicts. It will aid in the construction of the ASEAN Socio-Cultural Community (see Asean 2014) which is an integral part of the ASEAN Economic Community (AEC) (Yusuf 2014). Or both the communities will continue existing in the dialogue of misunderstanding and mutual ignorance which is detrimental to their own survival.
Today, no religion is an island and dialogue not exclusivism is the way to the present and future interconnected, interlinked virtual world. For the teachings of compassion, mercy and love lie at the heart of all religions.
"

========================================================================

Nog wat anders, een artikel dat ik de titel zou kunnen geven van:

Is Rumi echt zo schattig (zo niet-moslim) als boeddhisten denken dat hij is ?

In m'n blog over boeddhisme en islam uit juli 2015 schreef ik: "Er zijn vormen van Islam beoefenen die veel makkelijker (hoogstens op een andere manier moeilijk) zijn voor een boeddhist als ik. Bijvoorbeeld de Soefi. ..."
Zonder het te weten, deed ik daarbij mee aan een eeuwenoud misverstand. In tegenstelling tot wat veel westerlingen (liefhebbers van de poëzie van Rumi bv) denken, is er helemaal geen scherpe tegenstelling tussen de orthodoxe islam en het soefisme, die twee zijn met elkaar verbonden.

Verhelderend was voor mij het artikel van G. A. Lipton , 'Secular Sufism: Neoliberalism, Ethnoracism,and the Reformation of the Muslim Other '.   Bron: Lipton
Alleen de titel al, laat de elementen daarvan even tot u doordringen: (2) neoliberalisme;(3)ethnoracism; (4) de Moslim-andere; en daaraan vooraf: (1) Seculier Soefimse, dat moet de Batchelor-fan extra aanspreken. (spoiler-alert: het soefisme is helemaal niet seculier).
Bijna onmerkbaar want in heel rustige wetenschappelijke taal maakt Lipton hierin heel harde opmerkingen. Een paar daarvan:
"Yet since 9/11, America has been undergoing a full-scale revival of outdated
Orientalist tropes that equate Sufism with a universal faith resembling a Kantian or
philosophical Protestantism, thus separating it from its historical interconnection with
Islamic normative practice. As Russell McCutcheon observers, current US neoliberal
discourse positions a so-called “contemplative, compliant mystic” against a “fanatical
Islamist.”McCutcheon further argues that such discourse functions in order to produce an “Americanized” or “compliant Islam” that is “open not only to the values of modern, free market investment, private ownership, and liberal democracy, but, more specifically, open to the US’s unrivaled power to have its national interests direct the course of 
'global events.' Indeed, Dalrymple’s closing statement in his Op-Ed piece on Park51 is just one of many examples. He states: '[T]he West would do well to view Sufis as natural allies against the extremists.' In order to bolster this assertion, Dalrymple makes recourse to one of many post-9/11 foreign policy reports promoting Sufism as a potential ideological ally to American strategic interests.
The conference report entitled “Understanding Sufism and its Potential Role in US
Policy” encapsulates such discourse nicely. Published in 2004 by the conservative think tank the Nixon Center, the report repeatedly asserts that the problem with Islam today is reducible to a battle between tolerant Sufis and intolerant fanatics. It tellingly describes this battle as a “struggle for the very soul of Islam” between “syncretism” and “fundamentalism.” Setting aside the irony that the category of “syncretism” has been commonly employed derogatorily by Orientalists, the circularity of the dyadic logic here holds that Sufism is tolerant because it is based on sources other than Islam, while Islam is intolerant because Islamic. The Nixon Center report thus attempts to divorce Su¯fi piety from Islamic normativity, asserting that “Scholars of Islamic law demanded that Sufis follow shariah, but many Sufis saw the code as nonessential, choosing instead to use the rational capabilities which they believed the Qur’a¯n advocated.”
" (p 432/433)
...
"In a similar vein, the neoconservative RAND Corporation think tank has published three separate reports since 2003 all dealing with strategies that its initial report refers to as 'religion building' through “assisting constructively in Islam’s process of evolution.' Here, the report declares that in order for such 'evolution' to occur, Muslims must “depart from, modify, and selectively ignore elements of original religious doctrine.' Saba Mahmood describes RAND’s self-proclaimed evolutionary assistance as a type of proselytizing “secular theology” that seeks 'not the dissolution of religion but its rearrangement [. . .].' As in the Nixon Report, Sufism plays an important part in the religion building strategy of RAND, which encourages promoting the “popularity and acceptance of Sufism” by propagating 'Su¯fi influence over school curricula, norms, and cultural life.” Collectively, the RAND reports endorse Sufism as an alternative ideology that supports 'moderation and toleration, along with opposition to political activism [. . .].' Indeed, RAND’s advocacy of such politically 'compliant mysticism' seeks to produce what Mahmood refers to as an “enlightened religious subject' who is an “autonomous individual believer' — a believer 'who owes his allegiance to the sovereign rule of the state rather than structures of traditional authority.' " (p 434/435)
...
"The most comprehensive iteration of secular Su¯fi discourse to date, however, has
been fashioned by the self-identified neoconservative, Sufi-Muslim author and journalist Stephen Schwartz. Schwartz’s work is frequently cited by RAND in order to showcase a so-called “European Islam” that is favorably attuned to Western neoliberalism.
Schwartz’s most recent book, tellingly entitled The Other Islam: Sufism and the Road to Global Harmony, fully develops the idea of Sufism as a West-friendly, European Islam that is notable for its rejection of Islamic norms and its proximity to Christianity.
In The Other Islam, Schwartz uncritically adopts a nineteenth-century Orientalist
historiographical position that understands Sufism as an Islamic appropriation of
Christian mystical and monastic traditions. Indeed, he cryptically refers to such a 'view of the historical relations between Islam and the West' as 'a secret history of the
interreligious linkage of Europe and Asia in the past thousand years.' The fruits of
such a hidden past, according to Schwartz, have given rise to Sufism as an 'alternative' to “the stagnation imposed in Islam today by radical ideology” — an alternative that
evinces “tendencies toward an exalted spirituality, love of Jesus, and resistance to
Shariah-centered literalism
" (p.436/437)
...
"Because of his historical proximity to Byzantine Christianity, Ru¯mı¯ is similarly used by Schwartz to represent a proto-European Islam. Ru¯mı¯’s toponymic connection with Anatolian Rome, or “Ru¯m,” is thus extended to mean not simply “the Anatolian,” but more imaginatively “a man living in a place still filled with Christian influence” and 'an individual turned toward Europe.' Indeed, Schwartz goes so far as to say that 'Ru¯mı¯” could even be “the European” or “the Greek” — not by birth, but by temperament.
It may not be by chance that Ru¯mı¯ and his 'love of love' are so attractive to Westerners; he represents a generation of Sufis drawn to Western culture. By pressing Ru¯mı¯ into such a 'European' and 'Greek' mold, Schwartz’s discourse perpetuates the Orientalist commonplace locating Sufism as epistemologically and philosophically indebted to Christian and Hellenistic thought rather than to Islam itself.
Moreover, by reorienting Ru¯mı¯ towards a 'Christian' Europe in tandem with a supposed ultimate concern of 'love,' Schwartz turns Ru¯mı¯ away from an 'Islamic' Asia whose implied overarching characteristic is fanatical intolerance. Thus, for Schwartz, the Western “attraction” of such a construction of Ru¯mı¯ represents a mode of European secularism, which ... has its source in Christianity, but now simply emphasizes 'love of love' beyond formal religion. Indeed, as Ernst observes, 'The most popular forms of Sufism in Europe and America are those that minimise or ignore any form of Islamic identity. Ru¯mı¯ is the best-selling poet in America precisely because he is seen as going beyond all religions.'
Like all of the post-9/11 discourse surveyed above, Schwartz too puts forth a clarion call for a strategic alignment between Sufism and the US, similarly asserting that 'Sufism could prove important as a source of Muslim allies against extremism.' He asks: 'As the confrontation between fundamentalist and spiritual Muslims broadens, how will Westerners and Sufis help each other win their common battle against Islamic radicalism?'
" (p 438)
...
"The post-9/11 American secular Su¯fi discourse that I have analyzed here constructs a particular image of a universal Sufism that is tolerant because it is antithetical to normative Islam. The fact that this discourse wholly neglects, or at best glosses over, the long history of Su¯fi militancy lies beyond the scope of this present article. My concern, instead, has been to show how such discourse specifically functions in dyadic opposition to the phenomenal forms of Muslim practice, thus marking those who engage in such devotion as needing reform. The projection of secular Sufism as an alternative and compliant Islam in the current US geopolitical strategy of 'religion building' follows the Western history of secularism. Contrary to the ideological image of the separation of church and state, secularism has 'historically entailed the regulation and reformation of religious beliefs, doctrines, and practices to yield a particular normative conception of religion (that is largely Protestant Christian in its contours).' " (p 439)
...
"The current American construction of secular Sufism is based upon similar universal conceits of tolerance and authentic, private spirituality; yet, like its European predecessor, this discourse is in reality founded upon a time-bound Kantian ideology notable for its racial historicism and its intolerance of religious formalism. In such discourse, Muslims—and even the majority of Sufis—who maintain Islamic normative beliefs and ritual practice are understood to be spiritually immature (i.e., 'primitive') and are therefore labeled 'fundamentalist' and 'fanatical.' Mainstream Muslims are thus denied the very tolerance that they themselves are said to lack. As Brown trenchantly remarks, it is indeed a form of cultural imperialism that insists on “a set of liberal principles that others cannot brook without risking being bombed. " (p 440)

Veel en lange citaten. Maar het is ook nogal wat, wat hier gesteld wordt: dat Amerikaanse conservatieve denk-tanks bewust, bv via het boek van Brown,  proberen (in de VS) de reëel bestaande islam te vervangen door een lievere versie, beter verenigbaar met de dominante christelijke cultuur: het soefisme,  en (daarmee) minder terroristisch van aard.


En ook dit artikel: 'Sufism in Western Scholarship, a Brief Overview ' door Atif Khalil and Shiraz Sheikh. Bron: Sufism in Western Scholarship
Zij stellen dat als de trend van steeds meer precies onderzoek doorgaat, "... abandoning some of its older presumptions about the nature of the tradition’s relation with Islam, as well as about Islam itself, and also by taking seriously the contributions of specialists in the Islamic world, we shall move to a more comprehensive, nuanced and accurate understanding of the theoretical, poetic, literary, and cultural richness of the tradition. We shall also be in a better position to appreciate the manner in which Sufism has formed an integral part of Islam for centuries, being none other than Islam’s own ‘‘science of the soul,’’ or as Ghazali preferred to say, the ‘‘jurisprudence of the heart’’ (fiqh al-qalb), and that it has served to provide the lifeblood and sap for the inner life of pious Muslims, from court officials to peasants, from erudite scholars to popular preachers, for centuries, despite the protests of fundamentalists and Islamists, most of whom neither have any serious training in the classical sciences of Islam, nor are aware of the intellectual history of the religion that they seek to preserve. " (pag.363)

Leesvoer, ik ben nog lang niet aan een afgeronde beschouwing toe, want er is zo ontzaglijk veel te studeren over sufi, het is zo'n rijke bron.
Zie bv dit boek 'Islamic Spirituality: Manifestations ' onder redactie van Seyyed Hossein Nasr. Bron: Spirituality .

Hoef ik me, ook als ik me niet meer zo met het boeddhisme wil bezig houden, toch niet te vervelen.

donderdag 1 december 2016

December * Waarom psychologiseren, boeddhisten * Emergente zwaartekracht en wat boeddhisme * Amerikaanse boeddhisten & Donald Trump (en wij)   * Podcast  * Geen leraar worden  * Einde Maandblad


Stevige kost, dit december-nummer van m'n maandblad, het laatste nummer.
Met een dubbele uitsmijter en vijf bijlagen.
Met moderniteit, actualiteit en een snufje eeuwigheid, althans tijdloosheid.

Update 4 december
Voor de mensen die boeddhistische blogs gaan missen.
Met de bekende Amerikaanse bescheidenheid aangekondigd:
' De vijftig Beste Boeddhistische Blogs van de Planeet '
De beste Engelstalige dan toch. Want de mijne komt er bv niet in voor.
Heel veel onbekende trouwens, veel te lezen dus.

=====================================================================

Boeddhisme is geen toegepaste psychologie
Minder psychologiseren in de beoefening


Een pleidooi voor het minder gebruiken van concepten uit de psychologie (welke dan ook) in het praten over de Dharma en in de boeddhistische beoefening.
Liefst helemaal niet maar dat is een kansloze missie.
Want het gepsychologiseer is zo diep doorgedrongen in het denken over het boeddhisme, ook in mij trouwens, dat we nauwelijks nog zonder kunnen. Ons geen praten over beoefening zonder psychologische termen kunnen voorstellen.

Eerst een poging tot een omschrijving (een definitie is nauwelijks mogelijk) van 'psychologie' in Wikipedia . Dit artikel maakt een scherp onderscheid tussen de wetenschappelijke en alledaagse of intuïtieve psychologie, zie Bijlage 1
Het lijkt me beter meer vormen dan deze tweedeling te onderscheiden:

(1) Wetenschappelijke psychologie, berustend op wetenschappelijk onderzoek
     Vormen zijn o.a.: arbeids- en organisatiepsychologie, functieleer,
     leerpsychologie, neuropsychologie, sociale psychologie, etc.

(2) Systemen (meervoud!) van psychologische concepten, gehanteerd door psychotherapeuten.
     Bijvoorbeeld psychodynamische therapieën, cliëntgerichte therapieën,
     gedragstherapieën, systeemtherapieën en veel vormen van alternatieve therapie.

(3) Intuïtieve populaire psychologie, zonder wetenschappelijke intenties, gehanteerd door leken
     En vaak gehanteerd door boeddhisten, moet ik aan deze derde vorm toevoegen.

(4) Er is los van dit alles nog een aparte boeddhistische psychologie, te vinden in de
    Abhidhamma, wel systematisch maar niet wetenschappelijk in de hedendaagse
    op toetsbaarheid (falsifieerbaarheid) gerichte opvattingen.
    Het is psychologie en filosofie (met name ethiek ) in één, en wordt ook wel
     'psychologie zonder psyche' genoemd. Zie daarvoor o.a. Nl.wiki  en  En.wiki .

Echter, het gepsychologiseer waar ik het hier over wil hebben, gaat niet over een soort psychologie, gebaseerd op de Abhidhamma. Dat wil zeggen: behoudens uitzonderingen, er zijn aspecten in de vipassana-meditatie die wel op Abhidhamma-concepten zijn gebaseerd.

De psychologie van boeddhisten heeft vooral betrekking op de derde vorm, ook wel te noemen 'psychologie van de koude grond'. Zelden of nooit wordt in boeddhistische teksten die sterk psychologiserend van aard zijn, een system, welk systeem dan ook, van concepten geëxpliciteerd.
Ik generaliseer, er zijn ook best wel artikelen waarin concepten (op de juiste wijze) uit de wetenschappelijke of psychotherapeutische psychologie gebruikt worden, maar dat zijn uitzonderingen. En hebben bovendien het 'nadeel' dat de auteurs niet (of niet in de eerste plaats) boeddhist zijn maar psychologen/psychotherapeuten die over een boeddhistisch thema schrijven.
Als het heel erg is, wordt het soms 'pychobabble' genoemd (en het is soms heel erg).

Dan de aanleidingen

In het artikel over jonge leraren dat ik in september samenvattend publiceerde, stelde één van hen dat de motivatie voor mensen om naar een sangha te komen waarschijnlijk veranderd is. In plaats van interesse in een religieuze ervaring komen ze met belangstelling in meditatie als een hulpmiddel voor echt ontdekken wie ze zijn en hoe beter hun leven te beheren. In deze dagen heb je minder kans om te horen 'Ik hou van de leringen van 'ik wil een boeddhist worden', en meer kans om te horen 'ik ben super gestrest en heb hulp nodig'. Deze nieuwe leraar zei: als je worstelt met verlammende angst en je komt naar het centrum om te worden opgewacht door iemand die je vertelt dat het nodig is om je baan op te zeggen en uw ambitie loslaten, loop je gelijk weg en probeert nooit meer te mediteren. Deze mensen moeten met mededogen tegemoet worden getreden.

Het komt ook van de kant van de leraren zelf en er zit (indirect)ook een economische kant aan de psychologiserende cultuur van het hedendaagse boeddhisme:
Het feit dat veel leraren tevens psychotherapeut (of coach) zijn:
Uit het BD van 17 november: "De Vlaming ... werkt als maatschappelijk werker en psychotherapeut. Hij is zeer geïnspireerd door het boeddhisme, meditatie en psychotherapie vormen volgens hem twee polen van eenzelfde gebied. "
Dat vind ik dus niet: meditatie en psychotherapie zijn helemaal geen polen. Eerder zijn nog fietsenmaken en het boeddhisme twee polen.

Men zou kunnen zeggen dat de leraren de leerlingen  protoprofessionaliseren  in de psychotherapeutische psychologie gedurende hun dharma-gesprekken.
Ben ik tegen die dubbelrol? M'n twijfel is groot: er is het gevaar dat de leerlingen van de leraar op een gegeven moment cliënten van dezelfde persoon, maar dan in de rol van psychotherapeut worden. Of coach of welk nieuw woord ook bedacht wordt om een betaalde functie in de (soms reguliere, soms alternatieve) zorgverlening te omschrijven.
Dus naast het feit dat het verschillende zaken zijn is er ook het probleem van het combineren van de functies.

Een gevolg is ook dat mensen zichzelf gaan therapeutiseren, in therapeutische procestermen hun zieleroerselen beschrijven. En, nog hinderlijker, dat ook van anderen doen; het credo is 'niet oordelen', maar in plaats van een oordeel wordt er een pseudo-neutraal etiket geplakt, bv 'narcist', 'autist' (een etiket als 'neuroot' is net zo als praten over het onbewuste een beetje gedateerd, is m'n indruk).

Het meest opvallend aan de psychologisering in populaire vorm is de nadruk die gelegd wordt op de (eigen) gevoelens van de spreker/schrijver. En op de oorzaken daarvan (in het particuliere verleden, bv de jeugd) en de processen die deze gevoelens en daarmee (?) de persoon ondergaan.
Het zijn ook zelfhulpconcepten die populair zijn. Er zit nogal wat positief denken in, terwijl het oorspronkelijke boeddhisme (zeker de Theravada die in mijn ogen het meest oorspronkelijk is) nogal pessimistisch van aard is.
Terwijl er toch alle reden voor pessimisme in de huidige wereld is, niet waar, Trump-schrikkers?

Het gaat om bundels van psychologische kenmerken en processen waarmee men zichzelf beschrijft of waarmee een leraar de mogelijkheden van een leerling beschrijft.
En vervolgens om de mogelijkheden die processen te beïnvloeden met ervaringen zoals de meditatie-ervaring. Die ervaringen kunnen helend zijn.
Ook komen andere meditatie-ervaringen voor oudere in de plaats: mediteren op metta (liefdevolle vriendelijkheid) en compassie zijn gegroeid in populariteit, ook m.b.t. het aspect dat men daarin liefde en compassie voor zichzelf mag ontwikkelen.
Weinig aandacht daarentegen krijgt een meer tragisch levensbesef van de onvermijdelijke facts of life zoals ouderdom, ziekte en dood.

Het psychologiseren is een lot dat bepaald niet alleen het boeddhisme treft. Vergelijk
het boek Met zachte hand - Opkomst en verbreiding van het psychologisch perspectief :
"Psychologie is in. Populair-psychologische literatuur vindt gretig aftrek, in de media laten psychologen hun licht schijnen over de meest uiteenlopende zaken, het aantal mensen dat wel eens de hulp van een psycholoog inroept neemt hand over hand toe en ook in ons dagelijks leven spelen psychologische inzichten een steeds belangrijker rol.
Deze psychologisering van de samenleving is meer dan een modeverschijnsel. Zij is verbonden met maatschappelijke ontwikkelingen die al aan het einde van de vorige eeuw op gang kwamen. Enerzijds gaat het hierbij om een toenemende individualisering en 'emotionalisering' van het maatschappelijk leven, anderzijds om pogingen het menselijk gedrag in goede banen te leiden. In de vorige eeuw was deze gedragsregulering nog vooral een zaak van medici, dominees en rechters. Allengs heeft de psychologie zich echter een steeds prominenter plaats verworven.
Met zachte hand schetst de geschiedenis van dit psychologiseringsproces. Onderzocht wordt hoe ons leven in toenemende mate object is geworden van psychologische reflectie en bemoeienis. Die bemoeienis beperkt zich niet tot bekende arbeidsterreinen van psychologen, zoals de opvoeding, het onderwijs, de arbeid en de geestelijke gezondheidszorg. Zij strekt zich ook uit tot het leven van consumenten, militairen, vrouwen, gelovigen, misdadigers en vertegenwoordigers van andere culturen.
"

Veel voorbeelden van 'boeddhisme en psychologie' kwamen aan de orde in de conferentie onder die naam verleden jaar in Nijmegen (zie  hier ). In Bijlage 2 neem ik de introductie over. In  het BD een verslag ervan  door Katinka Hesselink.


Een apart aspect is de dieptepsychologische benadering, het anders proberen te begrijpen en interpreteren van de Dharma.
Een mooi citaat , van de dichter Gary Snyder:
"There's a big tendency right now in western Buddhism to psychologize it-to try and take the superstition, the magic, the irrationality out of it and make it into a kind of therapy. You see that a lot. Let me say that I'm grateful for the fact that I lived in Asia for so long and hung out with Asian Buddhists. I appreciate that Buddhism is a whole practice and isn't just limited to the lecture side of it; that it has stories and superstition and ritual and goofiness like that. I love that aspect of it more and more."

Buddhism in America: Global Religion, Local Contexts  door  Scott A. Mitchell
Hij stelt, zich o.a. baserend op McMahan :   Het moderne boeddhisme is een reframing van traditionele mythologieën, van pogingen om betekenissen te extraheren - of preciezer gezegd te reconstrueren - die levensvatbaar zijn binnen de context van de moderne levensvisie, ingebed in oude levensvisies. Het bekendste voorbeeld is om de cyclus van wedergeboorten in samsara niet meer letterlijk te duiden maar te zien als symbolische representaties van diverse psychologische of emotionele staten. Het 'gebied van de hongerige geesten' wordt niet langer meer gezien als een letterlijke toestand waarin men na de dood kan terechtkomen maar als een weerspiegeling van de toestand van het geheel vervuld zijn van hebzucht en begeerte die nooit bevredigd kan worden.
Demythologisering door moderne boeddhisten, beinvloed door de groei van de Westerse psychologie, is een belangrijke factor geweest in het populair worden van het boeddhisme in het Westen.
De psychologisering van het boeddhisme verwijst naar het interpreteren van boeddhistische doctrines en praktijken als een weerspiegeling van innerlijke geestesgesteldheden of als een soort spirituele therapie in zichzelf. ...
Die psychologisering is ook duidelijk een manier waarop het boeddhisme goed ontvangen is in het Westen. Door vertaling van het pantheon van hemelse wezens als niets anders dan symboliek, worden zij effectief geneutraliseerd, niet langer een bedreiging van het dominante monotheïsme van het Westerse christendom. En misschien nog belangrijker, eenmaal geneutraliseerd is het boeddhistische modernisme vrij om de traditie en haar rituelen te herdefiniëren als niet perse een religie maar als een 'spirituele technologie', als een set oefeningen en therapieën bedoeld om zijn/haar psychologie te helen in plaats van een einde te maken aan samsara.

( Mitchell  , pag. 236/237, licht geparafraseerd)

Conclusie

Boeddhisme is geen toegepaste natuurwetenschap (zie hieronder), geen vorm van poëzie, geen filosofie, geen .... (noem maar op). En dus ook geen toegepaste psychologie.
Het is de dingen begrijpen zoals ze echt zijn.
Spreken over het boeddhisme, over de Dhamma/Dharma kan vaak alleen met behulp van allerlei beeldspraak en beelden.
Misschien is beeldspraak en beelden van wetenschap en/of poëzie en/of psychologie onvermijdelijk, omdat magische beelden niet meer werken. Maar het zijn slechts taalkundige hulpmiddelen.

====================================================================

Emergente zwaartekracht en wat boeddhisme

Dat is nog eens boeddhisme voor gevorderden, het lang verwachte artikel van Erik Verlinde:
'Emergent Gravity and the Dark Universe '
Hier  het originele wiskunde-rijke artikel.
Hieronder een iets meer eenvoudige uitleg.

De zwaartekracht bestaat niet. De Big Bang heeft nooit plaatsgevonden. Donkere materie bestaat niet. Wat een illusies doorgeprikt en wat een pracht komt er voor in de plaats.
Begrijpen doe ik het nog nauwelijks, dat is voor een deel de charme ervan.
Het gaat in ieder geval niet over compassie, dat is ook wel eens bevrijdend.

Een paar bronnen:
Een enigszins populair (met een paar formules, maar ook met plaatjes) van de hand van Erik Verlinde zelf is te vinden in het 'Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde '

En uit 'Quantumuniverse ' :
"Ruimte, tijd en zwaartekracht bestaan op de allerkleinste schaal niet. Nieuwe inzichten in de theoretische natuurkunde lijken althans tot die verrassende conclusie te leiden. Op macroscopische schaal komen deze alledaagse verschijnselen als 'emergente' effecten uit de microscopische fysica tevoorschijn.
...
Al in de jaren '70 ontdekten Stephen Hawking, Jacob Bekenstein en anderen dat de fysica van zwarte gaten verrassend goed beschreven kan worden met natuurwetten die afkomstig zijn uit de thermodynamica.  Daardoor kwamen natuurkundigen al snel tot de conclusie dat zwaartekracht - in elk geval rond zwarte gaten - een thermodynamisch verschijnsel is.
Thermodynamica gaat over macroscopische verschijnselen, zoals warmte en druk, die ontstaan uit microscopische natuurkunde. Denk aan de temperatuur van een kop koffie, die voortkomt uit de bewegingen van talloze individuele moleculen. Thermodynamische eigenschappen als temperatuur en druk bestaan op het allerkleinste niveau niet, maar zijn emergent en worden pas op macroscopische schaal zichtbaar. De relatie tussen thermodynamica en zwaartekracht suggereert dat ook zwaartekracht - en zelfs ruimte en tijd - op de allerkleinste schaal niet bestaat, en pas op grotere schaal tevoorschijn komt.
...
"
Zie verder Bijlage 3

Interessant is ook de opvatting van Verlinde voor de theorie van de oerknal, een theorie waar ook boeddhisten zich prettig bij lijken te vinden, al is die te weinig cyclisch van aard. Uit een artikel in de NRC bij een vorig artikel van Verlinde:
" In den beginne was er (g)een knal
Kosmologie Tijdens de Oerknal ontstond iets uit niets. Zegt de theorie. Maar sommige fysici zetten er vraagtekens bij. Borrelde de oerknal op uit een bad van donkere energie?
"
Zie verder Bijlage 4

--------------------------------------------------------------------------------------

Bijna alles lijkt wel emergent

Eerst een omschrijving:
"Emergentie is een begrip dat met name centraal staat in de systeemtheorie en de filosofie. Het betreft de ontwikkeling van complexe georganiseerde systemen, die bepaalde eigenschappen vertonen die niet zichtbaar zijn door louter een reductie van hun samenstellende delen. Door interactie ontstaan eigenschappen, patronen, regelmatigheden en/of geheel nieuwe entiteiten."  Bron:  Wikipedia

De Engelse versie is uitgebreider.
Helder, met veel voorbeelden, is het artikel  'Wat is emergentie? '

De vraag of ook 'bewustzijn' (Engels: 'consciousness') een emergent verschijnsel is, is lastig te beantwoorden, onder andere omdat lastig te definiëren is wat het is en omdat het een beladen ideologisch concept is.
Het boek 'The Emergence of Consciousness ', edited by Anthony Freeman gaat uitgebreid op deze vraag in.
Samenvatting ervan: "How does the conscious mind relate to the physical body? Two common views from the past offered the stark choice between dualism which said mind and body were quite separate and physicalism which said that the mind was in fact ‘nothing but’ the physical brain. Both these views are now widely rejected.
'Emergence' theory offers a compromise: the mind ‘emerges’ from the physical body but the whole person, mind and body, is more than the sum of the physical parts. In The Emergence of Consciousness philosopher Robert Van Gulick gives a clear and masterly overview and comparison of the current ‘emergent’ and ‘reductive’ approaches. Other contributors discuss more detailed aspects of the subject. The editor's own chapter argues for the radical proposal that even God is an ‘emergent property’.
"
Zie  'Imprint ', met uitgebreide summaries; dat van Van Gulick neem ik op als Bijlage 5. En zie   Google books

Niet alleen temperatuur, druk en kleur maar nu ook zwaartekracht, ruimte en tijd zijn thermodynamische verschijnselen en dus emergent. Bestaan dus eigenlijk niet, maar ook weer wel: dat begint weer een beetje op boeddhisme te lijken.
Er is geen zwaartekracht-natuur net zo min als er boeddha-natuur is. (Of juist wel, maar dan in emergente zin?)
'Bewustzijn' lijkt het ook te zijn, al hebben sommige boeddhisten daar moeite mee (de resten goddelijkheid en bezieldheid lijken niet te zijn verdwenen in sommige hoofden)

En ook 'mind', min of meer hetzelfde als 'het zelf '. Daarmee wordt geraakt aan het bekende anatta-thema.
Francisco Varela over " ... the Buddhist doctrine of anatta, which holds that the self is an illusion. Varela contended that anatta has also been corroborated by cognitive science, which has discovered that our perception of our minds as discrete, unified entities is an illusion foisted upon us by our clever brains. In fact, all that cognitive science has revealed is that the mind is an emergent phenomenon, which is difficult to explain or predict in terms of its parts; few scientists would equate the property of emergence with nonexistence, as anatta does."  Bron:  Slate
Dat laatste is te absoluut gezegd, m.i. bestaat het 'zelf' zowel wel als niet; in deze  bundel van Dessein  staat zowat alles daarover. Kortom: 'mijn zelf' is een mooi voorbeeld van emergentie.

=====================================================================

Amerikaanse boeddhisten en Donald Trump

In m'n  November-blog schreef ik over de grote mate waarop Amerikaanse boeddhisten bezig waren met hun presidentsverkiezingen. Dat was voor de (in ogen van velen fatale) datum van 8 november.
Het is dus toch, tegen hun hoop en verwachting in, Donald Trump geworden.
Hierover schreef ik op Facebook:

"De Amerikaanse boeddhisten zijn de klap van de verkiezing van Donald Trump nog lang niet te boven.
Ik neem natuurlijk maar een selectie waar en mogelijk vertekend, maar m'n indruk is dat in de V.S. er een groter politiek bewustzijn is dan onder Nederlandse boeddhisten.
Veel reacties van leraren en sangha's in twee overzichten van LionsRoar ': Hier en Hier .

De reacties variëren van verdrietig tot wijs, van tot passief tot vastberaden
Het lijkt er op dat Amerikaanse boeddhisten in tegenstelling tot veel liberals (zover ik dat uit de krant begrijp) niet wanhopig en niet boos zijn, of dat niet mogen zijn van zichzelf en hun groepscultuur.
Drie voorbeelden uit deze overzichten in LionsRoar:

Noah Levine, Against the Stream
"Here in the United States of Samsara ignorance is the status quo. The Buddha’s teachings guide us to go “against the stream” to develop wisdom and compassion through our own direct actions. As the path encourages, “Even amongst those who hate, we live with love in our hearts. Even amongst those who are blinded by greed and confusion, we practice generosity, kindness and clear seeing.”
Meditate and Destroy!"

Angel Kyodo Williams
" i don't have a lot of words, but i have a lot of faith. i know the road feels slow and winding and we seem to need the pain to cut to the core to emerge from the sleepwalk of despair and feel through the numbness of disconnect and indifference. but if we let ourselves feel this, we will be better for it. we will wake up and reach out and finally tap into our love for one another and our planet. we will breathe deeply and remember we have survived worse. but now it is time to live. and to love. and to see justice. in the meantime, hold tight to someone you love and take care of someone you don't know."

Brad Warner (een uitzondering op het niet boos mogen zijn)
"Zen teacher Brad Warner addressed the Trump election with a post on his website titled “The KKK Took My Country Away…. Or Did It?” In the piece, Warner notes his anger about the election news, but also faces down those who criticize him for that anger: “The general message is that it is not properly ‘Buddhist’ or ‘Buddhist Master-ly’ to express anger at a moment like this one. Which is an interesting question to me. Is it? I ask that very sincerely. Here is my tentative answer. ... ”

Een citaat daaruit:
"I am fucking angry and depressed right now. So I will not tell you to be positive. I will not tell you to be optimistic."

Een voorbeeld van een reactie van een Amerikaanse boeddhist die sympathiek is maar toch uit een verzameling BEZWERINGSFORMULES bestaat:
Facing Election Results with Buddhist Practices of Love, Compassion, Sympathetic Joy and Equanimity   November 12, 2016 [door] Justin Whitaker "


Tot slot een terechte tweet van 'boeddhaweg' (Jules Prast):
"Desperate to remain relevant: 'Dalai Lama says will visit Trump'   reut.rs/2fnEEs7 "

--------------------------------------------------------------------------------------

M'n intentie van dit bericht: zo kunnen we vast oefenen voor als komend voorjaar Wilders' PVV de grootste partij wordt.
Uiteindelijk: oefenen in het niet verrast zijn door wat ons 'overkomt'
Maar daaraan voorafgaand: in de discussies voorafgaand aan de verkiezingen gebruik maken van de unieke positie die we zouden kunnen innemen: tussen blank en gekleurd, tussen religieus en seculier, tussen welvarend/opgeleid en arm, tussen opgewonden en onverschillig. Etcetera
Daarbij ben is wel grote bescheidenheid gewenst: het boeddhisme in Nederland stelt noch kwantitatief noch kwalitatief veel voor, in geëngageerde zin al helemaal niet.

=====================================================================

De Onvolmaakte Boeddha (Imperfect Buddha Podcast)

Een podcast met een aantal interessante sprekers en onderwerpen
Hier   te vinden

2.0 Imperfect Buddha : Tibetan Buddhism slowly innovates
3.0 Imperfect Buddha : The Dharma Overground get enlightened & the non-Buddhists cause a stir
4.1 Imperfect Buddha : Cults, cultish shennanigans & Buddhist groups
4.2 Imperfect Buddha : Tenzin Peljor on leaving a Buddhist cult
5.1 Imperfect Buddha : On the limits of Secular Buddhism, on Buddhism & academia
5.2 Imperfect Buddha : Jayarava decimates rebirth & karma
6.1 Imperfect Buddha : Buddhism & the apolitical trend
6.2 Imperfect Buddha : Shaun Bartone on Engaged Buddhism
7.1 Imperfect Buddha : "The Big Enlightenment Show"
7.2 Imperfect Buddha : Professor Adrian Ivakhiv on Immanence & a world after enlightenment
8.0 Imperfect Buddha : Ben Joffe on the paranormal, Tibetan Buddhism, UFOs & the Ngakpa
9.1 Imperfect Buddha : The liberating force of non-Buddhism
9.2 Imperfect Buddha : Glenn Wallis on non-Buddhism
9.3 Imperfect Buddha : Glenn Wallis on the Immanence & Transcendence Divide

Zie ook Posttradional Buddhism

=====================================================================

EINDE (misschien in deze vorm, met deze inhoud) van het Maandblad Boeddhisme

Ik voel me steeds minder een 'boeddhist', heb in ieder geval nauwelijks meer de behoefte een naam aan mijn opvattingen te geven. Dat HET boeddhisme niet bestaat, is een clichee geworden, met veel tradities heb ik geen enkele affiniteit.
En wat ik wel was - 'vrijzinnig Theravadin' noemde ik me - was overduidelijk een privé-constructie.

Daarom slaat het nergens meer op, deze blog 'Maandblad Boeddhisme' te noemen.
Bovendien was die titel en de vorm een poging een echt tijdschrift op gang te krijgen als opvolger van 'BoeddhaMagazine', voorheen het Kwartaalblad. Dat is allemaal geschiedenis geworden.

Ik gebruik deze blog vast nog wel na 31 december, maar niet meer als 'Maandblad Boeddhisme'.
Hoewel ... Ik ben ook nog niet helemaal ge-ont-boeddhaïseerd.
En de geest waait waarheen hij wil.

--------------------------------------------------------------------------------------

Als uitsmijter toch nog één keer aandacht voor de leraar

Via een deze week verschenen artikel in Tricycle namelijk van Daniel Clarkson Fisher, die van Californië (waar hij bekend universitair docent boeddhisme, blogger en geestelijk verzorger was) verhuisde naar Toronto en daar overwoog (Dharma-)leraar te worden om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Omdat dat zo ongeveer het enige was dat hij echt kon.
"Tenslotte doet iedereen het: Ik streefde naar mogelijkheden om te spreken en schrijven, leerde de lokale groepen en leiders kennen, vernieuwde mijn persoonlijke website, voerde mijn social media spel op, en deed in het algemeen alles wat een moderne leraar moet doen om zich goed als 'merk' ('brand') in de markt te zetten."

Hij deed het na enig aarzelen niet. Omdat het neerkomt op wat hij noemt 'de bankiers benadering': de leraar die de kennis heeft, draagt dat over aan de leerlingen die dat niet hebben.
In 'The Teacher Racket ' beschrijft hij z'n overwegingen. (Het Amerikaanse 'racket' is geen onschuldig woord, meestal wordt het met geassocieerd met fraude, met georganiseerde misdaad. Maar of Fisher echt iets als 'de leraren-maffia' bedoelt, is mij niet duidelijk; Joop R.)

"Succes op de spirituele markt hangt af van een bancaire benadering a la het onderwijs: als mensen u uit beginnen te nodigen om te spreken, uw boeken te kopen, uw retraites bij gaan wonen, en ga zo maar door, dan moeten ze je zien als de bezitter van de benodigde kennis. Hoe minder twijfel ze daarover hebben, hoe beter het is voor het merk van de leraar; en hoe beter het merk, des te beter het levensonderhoud van de leraar. Professioneel gezien zou het promoten van een meer egalitaire visie op de boeddhistische beoefening en de gemeenschap mij niet veel goed doen: waarom zouden mensen me betalen om hen te leren dat zij een aanpak moeten gaan proberen die juist anders is dan het uitnodigen van mensen zoals ik om met hen te praten?
...
Langzaam maar zeker, laat ik het nutteloze idee los, dat deelnemen aan de leraren-kliek de enige manier is om iets goeds met mijn opleiding en ervaring te doen. In feite realiseerde ik me dat niet eraan deelnemen de duidelijkste manier zou zijn om mijn overtuiging uit te dragen dat de toekomst van de boeddhistische gemeenschap af zal hangen van de individuele sangha's die het initiatief nemen om zo veel mogelijk afstand gaan nemen van de bancaire modellen zoals dat in het onderwijs genoemd wordt. Elke gemeenschap heeft zijn eigen beslissingen te nemen over onderwijzen en leren in overeenstemming met haar traditie. Maar hoe dan ook: beslissingen nemen moeten ze.
"

=====================================================================
=====================================================================

BIJLAGEN


Bijlage 1

Wetenschappelijke en alledaagse of intuïtieve psychologie

Veel van wat in het dagelijks leven 'psychologie' genoemd wordt, heeft geen wetenschappelijke pretenties. Ieder nadenkend mens denkt ook na over wat mensen beweegt en probeert het gedrag van zichzelf en anderen te begrijpen vanuit zijn of haar verleden, zijn of haar karakter, zijn of haar positie in de samenleving. Wie zo nadenkt is psychologisch bezig maar pretendeert daarmee geen wetenschap te bedrijven. In een algemene encyclopedie mag men niet voorbijgaan aan alle vormen van deze niet-wetenschappelijke psychologie. Daarom maken we in deze Nederlandstalige Wikipedia onderscheid tussen 'wetenschappelijke' en 'intuïtieve' psychologie. Er zijn natuurlijk grensgevallen. Zo zal de een vinden dat de grafologie tot de wetenschappelijke psychologie gerekend moet worden en de ander zal dat bestrijden. Zo ook met de parapsychologie. Ook zijn er tal van vormen van psychotherapie die niet berusten op, of gesteund worden door, wetenschappelijk onderzoek (zie ook wetenschappelijke methode). In de praktijk wordt er soms voor geopteerd om een gebied of praktijk tot de wetenschappelijke psychologie te rekenen als daarin onderwijs wordt gegeven aan een of meer universiteiten. Alle overige opvattingen van psychologie worden in dat geval gerekend tot de 'alledaagse of intuïtieve psychologie'.

Wetenschappelijke psychologie

De wetenschappelijke psychologie wordt ingedeeld bij de gedragswetenschappen (in Vlaanderen gebruikelijk) of bij de sociale wetenschappen (meer in Nederland gebruikelijk) omdat mensen (en dieren) altijd samenleven met soortgenoten en als kind door hen worden verzorgd en grootgebracht. Hoe mensen zich in groepen gedragen is object van de sociale psychologie. Mensen verschillen van elkaar in tal van opzichten. Die verschillen zijn object van de persoonlijkheidsleer (of differentiële psychologie). Mensen worden als baby geboren en ontwikkelen zich mettertijd in gedrag, waarnemen, denken en beleven. Wat vroeger kinderpsychologie heette wordt tegenwoordig ontwikkelingspsychologie genoemd. De psychogerontologie of de psychologie van de mens op leeftijd, wordt ook daartoe gerekend. Het waarnemen, leren, denken, spreken, onthouden en vergeten is object van de cognitieve psychologie (of functieleer), de leerpsychologie en de neuropsychologie. Specifiek voor de taal is er de psycholinguïstiek. Stoornissen in het gedrag, denken en beleven van mensen zijn object van de klinische psychologie, de psychopathologie, neuropsychologie en psychotherapie. Een van de vele soorten psychotherapie is de psychoanalyse, oorspronkelijk ontwikkeld door de Weense psychiater Sigmund Freud. De wetenschappelijke status van de psychoanalyse is omstreden. Mensen werken met elkaar samen. Hoe zij dat doen en wat daaraan verbeterd kan worden is het object van de arbeids- en organisatiepsychologie. Onderdeel daarvan is de sportpsychologie.

Verschillen in gedrag, denken en beleven tussen bevolkingsgroepen en tussen volkeren met verschillende culturen zijn object van de cultuurpsychologie. Hier overlapt de psychologie sterk met de antropologie of etnologie, en de sociologie. Zo heeft de psychologie ook veel gemeen met de biologie, vooral op het punt van erfelijke aanleg van gedrag en gedragsstoornissen (zie biologische psychologie), de criminologie, de pedagogiek of opvoedkunde, de geneeskunde, de statistische data-analyse. Op het gebied van het denken over ethische vragen en dilemma’s, het zelfbewustzijn, het ontstaan en de werking van het geweten raakt de psychologie aan de filosofie, waaruit zij oorspronkelijk ook is voortgekomen.

Bron: Wikipedia

--------------------------------------------------------------------------------------

Bijlage 2

Conferentie 'Boeddhisme en psychologie'

Meditatie is een maatschappelijk fenomeen geworden. Mede door de ontwikkelingen rondom mindfulness is het steeds meer aanvaard als een vruchtbare methode van persoonlijke ontwikkeling, niet alleen door degenen die haar beoefenen, maar ook door de wetenschap. In dat kader is er ook steeds meer belangstelling aan het ontstaan voor de onderliggende uitgangspunten ervan: de boeddhistische psychologie.
In dit begrip komen twee tradities samen. De westerse psychologie met haar verschillende toepassingsgebieden en het oosters boeddhisme. Hoewel er theoretisch nogal wat verschillen aan te wijzen zijn, lijkt het in de alledaagse praktijk tot een vruchtbare verbinding te komen.

Boeddhisme en psychologie: enkele overwegingen en vragen

Boeddhisme is al lang niet meer uitsluitend een weg om het wereldse bestaan te ontstijgen, het is ook een bron van inspiratie geworden om het gewone leven te verrijken en te vergemakkelijken. Binnen het boeddhisme gaat men ervan uit dat de werkelijkheid zoals wij die ervaren ontstaat door de wisselwerking tussen de waarnemer en wat waargenomen wordt. Het uiteindelijke antwoord op de vraag naar het menselijk lijden en geluk wordt gezocht in de geest van de waarnemer, en niet in het aanpassen van de omstandigheden.
Boeddha introduceerde hiervoor specifieke trainingen voor de geest. De Abhidharma, een theoretisch raamwerk voor de leer van de Boeddha dat enkele eeuwen na zijn dood werd samengesteld, bevat een systematische beschrijving van de dynamiek van onze geest en hoe wij de werkelijkheid ervaren. In de verschillende boeddhistische tradities is dit verder ontwikkeld tot soms behoorlijk complexe modellen.

Vanwege de relatie met het menselijk welbevinden ligt het voor de hand dat boeddhistische ideeën en methodes aanvankelijk de interesse wekten van psychologie en psychotherapie. Vandaag de dag worden toepassingen vanuit het boeddhisme meer en meer van hun spirituele context ontdaan en toegepast in het niet-spirituele domein, zowel op het therapeutische vlak als ook gericht op persoonlijke welbevinden en maatschappelijk functioneren. Bovendien kan boeddhisme als bron van inspiratie gebruikt worden bij zowel pragmatische als ethische vragen over de verhouding tussen mensen onderling en tussen de mens en zijn omgeving..
Er is echter wel een verschil in de kijk op wat ‘werkelijkheid’ is tussen boeddhisme en westerse psychologie. en onderscheid dat gemaakt zou kunnen worden is dat westerse modellen vooral gericht zijn op de vraag hoe je om gaat met de situatie waarmee je geconfronteerd wordt, terwijl het er in boeddhistische modellen uiteindelijk op neerkomt hoe je je tot jezelf verhoudt en dat een andere identificatie tot een andere ervaring leidt.
Een grotere bekendheid met boeddhisme heeft niet alleen gevolgen voor de ‘populaire psychologie’ maar ook voor de academische psychologie die wordt geconfronteerd met een toenemende belangstelling voor en toepassing van mindfulness en compassietrainingen.
Nemen de psychologie en psychiatrie alleen deze methodes over? Of staan we ook open om naar de ‘boeddhistische psychologie’ te kijken? Is er ruimte voor een ander model over de werking van de menselijke geest, mentaal welbevinden, en onze relatie tot ‘de werkelijkheid’, in een tijd waarin we geneigd zijn om meer naar de neurowetenschappen te kijken dan naar de rol van menselijke motivaties en intenties?

Daarnaast zijn deze ontwikkelingen ook van invloed zijn op de praktijk van het boeddhisme. Wanneer er meer een beroep op het boeddhisme wordt gedaan als bron van psychologisch inzicht en minder vanuit de behoefte tot het bereiken van de verlichting, dan zal het antwoord zich daar ook meer op richten. Gaat het boeddhisme verder psychologiseren? Krijgt boeddhisme een andere plek in maatschappelijke ontwikkelingen? Is het een verarming dat er minder aandacht is voor de spirituele kant? Halen we alles uit het boeddhisme wat er in zit?

Bron: Aankondiging Conferentie

--------------------------------------------------------------------------------------

Bijlage 3

Uit  'Emergente zwaartekracht en het donkere heelal
...
Conclusie

Emergentie, het ontstaan van zwaartekracht op grote schaal uit informatieverdeling op kleine schaal, lost wellicht drie problemen tegelijkertijd op. Ten eerste bestaat de zwaartekracht zoals wij die kennen op de allerkleinste schaal niet, en is een begrip van de zwaartekrachtswetten op quantumschaal dus overbodig. Ten tweede bestaat de ruimte op quantumniveau uit informatiebits die met elkaar verstrengeld zijn. Als de microtoestand van alle bits een hoge energie heeft, is de ruimte op grote schaal gezien een De Sitterheelal. Dit verklaart de oorsprong van donkere energie. Ten derde verplaatst het creëren van een massa in een De Sitterheelal de informatie die geassocieerd is met de donkere energie. Deze verplaatsing van informatie heeft zijn weerslag op massa's die zich bijvoorbeeld aan de rand van een sterrenstelsel bevinden. Deze reactiekracht komt overeen met de effecten die worden toegeschreven aan de mysterieuze donkere materie.
Het oplossen van drie problemen in één klap is een prachtig vooruitzicht, maar kunnen Verlindes ideeën ook getest worden? Dat kan zeker: we hebben gezien dat zijn theorie niet alleen kwalitatieve beschrijvingen geeft, maar ook kwantitatieve formules oplevert die met waarnemingen geverifieerd kunnen worden. Omgekeerd is een falsificatie natuurlijk ook mogelijk: zodra één van de vele huidige zoektochten een daadwerkelijk materiedeeltje vindt als verklaring voor de donkere materie, blijkt Verlindes theorie natuurlijk onjuist.
Ook als Verlindes theorie juist blijkt, is er nog veel werk aan de winkel. Een grote open vraag is bijvoorbeeld hoe de dynamica van het heelal haar intrede doet in zijn formulering: kan dit idee ook de geschiedenis van de kosmos, en het in de loop van de tijd bewegen van materie en 'donkere materie', precies beschrijven? Kunnen hiermee zelfs eigenschappen van de kosmische achtergrondstraling, het licht dat we nu nog steeds opvangen uit het allervroegste heelal, verklaard worden? Daarnaast wordt in sommige waarnemingen, zoals bijvoorbeeld aan de zogeheten Bulletcluster, niet alleen de verhouding tussen gewone en 'donkere' materie gemeten, maar ook de manier waarop deze twee over de ruimte verdeeld lijken te zijn. Die verdeling blijkt niet altijd mooi symmetrisch, en het is dus een mooie uitdaging voor Verlindes model om ook dergelijke waarnemingen te verklaren.
Hoe het ook zij, de ideeën van Erik Verlinde klinken zonder meer aantrekkelijk, en bieden een interessante alternatieve zienswijze op decennia-oude fundamentele problemen rond de zwaartekracht. Hopelijk draagt zijn theorie eraan bij dat we deze alledaagse kracht, die mensen al miljoenen jaren ervaren, op niet al te lange termijn ook daadwerkelijk zullen begrijpen."

Bron:  Quantumuniverse

--------------------------------------------------------------------------------------

Bijlage 4

In den beginne was er (g)een knal

Kosmologie Tijdens de Oerknal ontstond iets uit niets. Zegt de theorie. Maar sommige fysici zetten er vraagtekens bij. Borrelde de oerknal op uit een bad van donkere energie?

door   Margriet van der Heijden 28 januari 2012
De Oerknal. Daarmee begon alles. Tijdens de Oerknal ontstonden energie en materie, en de drie ruimtelijke dimensies en de tijd – samen de ruimtetijd. De Oerknal liet 13,7 miljard geleden iets ontstaan uit niets – en daarna groeide dat iets uit tot de kosmos.
Dat leren wij al vijftig jaar van kosmologen, theoretisch fysici en astronomen. En als je erbij stil staat is het wonderbaarlijk: met steeds sterkere kijkers en telescopen halen mensen die verre kosmos pas sinds vier eeuwen dichterbij. Dat is krap driehonderdduizendste promille van dat 13,7 miljardjarige heelal. En toch hebben ze in die oogwenk de hele geschiedenis van het heelal opgetekend – in het verhaal van de Oerknal en van de keten van gebeurtenissen erna.

Of niet?
Sommige geleerden twijfelen daar nu aan. Zoals snaarfysicus en Spinozaprijswinnaar Erik Verlinde. Hij zegt: “Dat hele verhaal over wat er 1,10 of 20 seconde na de Oerknal gebeurde klinkt mij te veel als een scheppingsverhaal van gelovigen.”
“Maar ho”, zegt kosmoloog Vincent Icke meteen. “Het Oerknalmodel is géén scheppingsverhaal, zoals elk van de zeven miljard aardbewoners er wel eentje kan bedenken. De kosmologie is een snoeihard vak.”

Het Oerknalmodel uit de kosmologie, bedoelt Icke, is gebaseerd op goed geverifieerde waarnemingen, op logische wiskundige redenaties en op de inzichten van fysici in de zwaartekracht, in de structuur van ruimte en tijd, en in de elementaire deeltjes die de bouwsteentjes van sterren en planeten zijn.
“Nou”, relativeert de vooraanstaande sterrenkundige Ed van den Heuvel. “Er zijn nog wel wat problemen. We hebben bijvoorbeeld geen idee waaruit de donkere energie en de donkere materie in het heelal bestaan.”

Geen klein probleem, want die onbekende en onzichtbare donkere energie en donkere materie beslaan volgens de huidige inzichten juist het overgrote deel – 96 procent – van het heelal. Of andersom: alle sterren, planeten, gasnevels, gassen tussen de sterren en andere zichtbare objecten, behoren tot een exotische kosmologische minderheid van 4 procent. En de huidige natuurkundige wetten mogen die minderheid dan glashelder beschrijven, ze zien klaarblijkelijk dus ook iets over het hoofd.

Verlinde wordt daarom een “beetje lacherig” van de stelligheid “waarmee mensen vertellen over de kosmos op 1 seconde na de Oerknal. Dan overschatten ze de natuurkundige wetten die tot dusver zijn ontdekt en miskennen wat nieuwe natuurkundige wetten ons nog zullen leren.”
Hij zet er een prikkelend gezichtspunt tegenover. “Misschien vormen donkere materie en donkere energie een reusachtig warmtebad waarin ons heelal is opgeborreld door faseveranderingen – zoals een belletje in een glas champagne.”
En hij herhaalt wat hij tijdens allerlei lezingen al zei: “Het Oerknal-idee, dat er zomaar iets uit niets zou zijn voortgekomen, heb ik nooit zo geloofd.” Al blijft ook als iets uit iets voortkwam (zoals een belletje uit champagne) natuurlijk het raadsel dat er ooit iets ontstond...

Eerst het Oerknalmodel zelf. Dat begint eigenlijk pas na de Oerknal, als de kosmos een minuscuul universumpje vol oersoep is. Volgens de inflatietheorie van de Amerikaanse fysicus Alan Guth en collega’s, groeit dat mini-universumpje min of meer spontaan in een razend tempo – zelfs sneller dan het licht. Wanneer die groeispurt om niet opgehelderde redenen daarna weer stopt, is een reusachtig groot universum ontstaan dat er toch in alle richtingen nagenoeg hetzelfde uitziet – ‘isotroop en homogeen’ is.
Dat universum is gevuld met een dunne, langzaam afkoelende oersoep. Daarin krioelen simpele atoomkernen en elektronen door elkaar tot ze na ongeveer 380.000 jaar zozeer zijn afgekoeld dat ze lichte atomen vormen: waterstofatomen (driekwart), heliumatomen (een klein kwart) en een beetje lithium. Het heelal wordt nu ook doorzichtig, want lichtstralen kunnen deze atomen redelijk ongehinderd passeren – iets wat in het hete oerplasma niet lukte.

Het mooie is intussen dat het heelal toch niet helemáál homogeen was. Er zaten kleine rimpelingen in de oersoep en die leiden er nu toe dat waterstof en helium op sommige plaatsen relatief dicht opeengepakt zijn. En daar, in die ophopingen die zich verder verdichten, ontstaan de eerste, zware sterren.  ....

Bron:  NRC
--------------------------------------------------------------------------------------

Bijlage 5

Robert Van Gulick, Department of Philosophy, 541 HL, Syracuse University, Syracuse, NY 13244-1170, USA

Reduction, Emergence and Other Recent Options on the Mind/Body Problem
My aim here is to give an overview of the recent philosophic discussion to serve as a map in locating issues and options. I will not offer a comprehensive survey of the debate or mark every important variant to be found in the recent literature. I will mark the principal features of the philosophic landscape that one might use as general orientation points in navigating the terrain.
I will focus in particular on three central and interrelated ideas: those of emergence, reduction, and nonreductive physicalism. The third of these, which has emerged as more or less the majority view among current philosophers of mind, combines a pluralist view about the diversity of what needs to be explained by science with an underlying metaphysical commitment to the physical as the ultimate basis of all that is real. The view has been challenged from both left and right, on one side from dualists (Chalmers, 1996) and on the other from hard core reductive materialists (Kim, 1989). Despite their differences, those critics agree in finding nonreductive physicalism an unacceptable and perhaps even incoherent position. They agree as well in treating reducibility as the essential criterion for physicality; they differ only about whether the criterion can be met. Reductive physicalists argue that it can, and dualists deny it.

The terms ‘reduction’, ‘nonreductive’ and ‘emergence’ get used in a bewildering variety of ways in the mind–body literature, none of which is uniquely privileged or standard. Thus clarity about one’s intended meaning is crucial to avoid confusion and merely verbal disagreements. Thus, much of my mapping will be devoted to sorting out the main versions of reduction and emergence before turning to assess their interrelations and plausibility. My intent is to act largely as a guide and not an advocate. Though I am sure my biases will sometimes affect how I describe the issues, my goal is to lay out the logical geography in a more-or-less neutral way.

Bron: Van Gulick